De tuin

Het is herfst en ik kijk naar een totaal verwilderde tuin, overwoekerd met een onoverzienbare variatie aan planten, struiken, bijna uitgebloeide bloemen, mos, bodembedekkers en paddenstoelen.

De buurman staat bij me. Hij woont verderop in de straat en ik verdenk hem ervan dat hij met zijn kleren gaat slapen want ze lijken met hem vergroeid te zijn. Een doorgewinterde tuinder, geconditioneerd  in het houden van een nette tuin waarover hij zakelijk en methodisch vertelt. Moeiteloos gaat hij van zijn tuin over in die van mij en ik ben onder de indruk van zijn kunst om over alle grenzen heen zijn wijsheid te deponeren in mijn leven. Ik probeer te luisteren. Het is alsof ik elk woord al een keer of zoveel meer in mijn leven gehoord heb en zie het resoneren met de geconditioneerdheid in mijn eigen hoofd en lijf.

Ik merk al snel dat ik niet meer alle woorden opvang en kijk grappig toe hoe ze een eigen leven vormen en fragmenten worden. Er ontstaat een cadans die zich verspreid in de takken en de blaadjes die mee gaan bewegen, aangemoedigd door een guitig windje dat haast simultaan langs mijn hart strijkt en zuurstof schenkt aan een klein vlammetje dat zocht naar iets om mee te spelen. 

Naast me legt de man met brede gebaren uit wat ik allemaal van de tuin zou kunnen maken. Ik kijk naar hem en zie hoe de woorden uit een bibliotheek in zijn hoofd, via zijn ogen, mond, armen, handen en voeten leven krijgen en bewonder de creativiteit en de mogelijkheden die hij in zich draagt om vorm te geven aan zijn wil. De woorden die hij zegt verdwijnen in de cadans van fragmentjes.

Ik kijk rond in de tuin, zie het haast onbegonnen werk zoals hij het noemt en geniet ondertussen van de energie waarmee planten, bloemen, struiken en bomen de verbinding aangingen om dit kunstwerk te bouwen. Alles leeft, ook de afgestorven delen op de grond. Niets is dood hier, het krijgt enkel een andere vorm.  

Een haast doorzichtige, uitgebloeide wilde, witte roos gebruikt de wind om zich te draaien. In haar kern draagt ze zichtbaar een zwangere knop vol zaad voor volgend jaar. Zachtjes hoor ik haar stem. Ze is moe, zegt ze, van het volle leven dat ze geleid heeft. Het is tijd om naar een nieuwe bestemming te vertrekken. Ze maakt plaats voor haar kinderen die zullen kiemen in de vruchtbare aarde. Ik deel haar moederwens en groet haar met een lichte buiging. De cadans verandert haast onmerkbaar van ritme.

De man is uitgepraat en wacht op een reactie van mij. Ik voel me teruggeroepen uit een wereld die hij duidelijk anders ziet en kijk nog eens om me heen. Hij heeft niet helemaal ongelijk. Als ik de tuin wil temmen kan ik haar laten groeien zoals ik dat wil. Ben ik bereid tot de volhardendheid die daarvoor nodig is en het onvermijdelijke geweld dat erbij hoort? Een rilling loopt over mijn ruggengraat.
Als ik de wonderen van de natuur ontvangen kan zoals ze komen, kan ik alles laten groeien zoals het wil en ernaar kijken vanuit de deur of achter het raam. Maar dat heb ik al gedaan in mijn leven en het is niet wat mijn hart wil.

De tuin en ik hebben een verbinding gemaakt die bestond, lang voor ik haar gevonden had. Alles leeft hier, ook wat we dachten dat vergaan was. De wind verandert een beetje van richting en de cadans wordt een fluistering. Mijn huid tintelt.

De man wacht nog steeds, kijkt naar beneden en schuifelt wat met een voet in de aarde. Ik bedank hem voor de prachtige ideeën die hij met me deelde en ben me bewust van de praktische bijdrage die hij leverde. Hij vertrekt, blij dat hij van dienst kon zijn. Ik kijk hem na als ik de deur achter hem sluit.

Het wordt stil in de tuin, we ademen. Alleen de wind wil nog wat spelen en de tuin en ik deinen zachtjes mee. Ik maak nu deel uit van de tuin en vind mijn weg door hier te zijn, alleen maar te zijn. Ik hoef nu niet te snoeien, te graven, te rooien, noch te controleren. Alles komt op zijn en haar eigen tijd. Wij waren voorbestemd de tuin en ik. En we hebben elkaar gevonden.

Daisy 🌱

Succes en hoe dat voelt

Het was al voorbij middernacht toen ik pen en papier van mijn nachtkastje nam en begon te schrijven. Het was een ingeving, een inzicht. Zoals je waarschijnlijk al ervaren hebt verdwijnen inzichten ergens in het onzichtbare als je ze niet verzilvert.

We doen iets met de ons aangereikte dingen of niet, het is onze keuze. Ze gaan niet dood maar zweven verder naar iemand die meespeelt zoals E. Gilbert schrijft in Big Magic. Als een ander dan ‘succes’ ermee heeft, kunnen we alleen de hand in eigen boezem steken. Voor alle duidelijkheid, dat is niet hetzelfde als schuld.

Als ik ’s nachts begin te schrijven is dat meestal kort en heel snel waardoor ik ’s morgens mijn geschrift soms niet meer lezen kan. Maar vanochtend stond het er helder en duidelijk.
“Ik ben me bewust van het feit dat ik falen zie als een self fulfilling prophecy. Slagen zie ik als een succes maar het voelt als van een andere bron. Falen doe ik van binnenuit terwijl het begrip succes, van buitenaf lijkt te komen.”

Ik keek voor me uit terwijl ik voelde wat er gebeurde. Falen was dus iets dat ik zelf deed en succes kwam van iets anders en daar werd ik me midden in de nacht bewust van. Niet voor niets, dacht ik, het hoort bij zichtbaar worden. Oude patronen en beperkingen zullen er altijd zijn en tegelijkertijd ga ik door, zonder geweld op mezelf te plegen. Falen heeft de functie om me bij de les te houden, niet om me te verlammen. De angst krijgt een plek en dat voelt krachtig, het is een bondgenoot.

Spontaan vroeg ik me af hoe het zat met succes. Hoe voelt succes van binnenuit?
Ik werd er warm van. Succes is een moment. Het is een genot, een sensuele beleving. Het is eventjes zalig geen blijf weten met alle licht en energie die door me heen stroomt. En dan is het me wentelen in comfortabele zachtheid, stil worden en dankbaar zijn in hier en nu. Het is bezieling.

Daisy 🌱

foto Steve Johnson

Afstand is relatief

Ik sluit de deur van mijn auto. Stap na stap kom ik in beweging en iedere stap doet pijn. Maar ik ga door.

Ik kreeg net het uitdrukkelijk advies om in beweging te blijven. De kinesiste kijkt me daarbij zo oprecht aan dat er geen ruimte is voor een andere optie. Dus ben ik onderweg gestopt aan mijn lievelingsplek en zet ik nu moedig mijn eerste stappen op de natte grond aan de rand van het bos. Om de haverklap ontsnapt een kreun mijn lichaam en zoek ik naar stabiliteit. En ik ga door.
Als ik even later achterom kijk en de honderd meter die achter me liggen zie, lijkt de weg wel een kilometer lang. Toepasselijk, denk ik, dat is precies wat ik nu doe, doorgaan in mijn eigen tempo hoe het er ook uitziet.

Als ik de andere kant opkijk verschijnt het mij bekende wildpoortje. Het spoort me aan. Dat is wat een mens nodig heeft, poortjes op het pad. En ik adem wat dieper.

Het is al twee weken geleden dat ik hier genoot van een wandeling in de laatste zomerzon. Met deze levendige herinnering valt het me plots op dat ik mijn handen in mijn jaszakken geborgen houd. Het is helemaal niet koud en met mijn handen naast mijn lichaam ondervind ik al gauw meer stabiliteit. Hm, van dat laatste kan ik wel wat meer gebruiken, denk ik.

Au, dat deed pijn! De grond onder mijn voeten ligt bezaaid met eikels en kastanjes. Ik zoek opnieuw mijn evenwicht en kijk naar de overvloed die zich voor mij afspeelt. Voedsel voor de eekhoorns en andere kleine bosdieren. Ik zucht. Gelukkig is er eten voor hen. Zie je, zegt een innerlijke stem, er is altijd evenwicht. Het is slechts een kwestie van dat te zien. En hoe werkt dat weer voor overvloed? Hm, daar kunnen we ook wel wat van gebruiken.

Natuurbeheer heeft huisgehouden in het bos. Het beneemt me de adem. Een kaalslag, een slagveld! Ik kijk om me heen en herken het bos haast niet meer. In een nog trager tempo wandel ik verder en overschouw de chaos. Ik vergeet even de afstand die ik al aflegde zoals ik net mijn pijn vergat toen ik aan de eekhoorns en veldmuisjes dacht. Afstand is relatief en van invloed, klinkt dezelfde stem.

Diepe sporen van een grote, zware tractor hebben de grond zo zompig gemaakt dat ik er niet doorheen wil. Ik heb mijn wandelschoenen niet aan want zag ik niet zitten toen ik op de parkeerplaats vertrok, mijn voeten leken zo ver weg.

Ik draai me om en om in kleine beetjes, georkestreerd door mijn brein, voorzichtig uitgevoerd door mijn lichaam. Overal is het chaos, behalve in de diepe, doorweekte sporen en de hoge, opgestapelde rijen afgezaagde, ontwortelde bomen. Aandachtig verlaat ik het pad en wandel tussen de afgezaagde en gebroken bomen, de takken die nog niet dood zijn, de verbrijzelde houtsplinters en de bomen die het overleefd hebben. Zij bleven ook niet gespaard en zijn letterlijk geraakt. Ik zie de wonden en leg mijn hand erop. Zonder woorden breng ik het bos mijn medeleven over en wens het sterkte. Een slagveld, gaat er door me heen, zo voelt het vanbinnen bij mij soms ook wel eens en dan heb ik rouwtijd nodig.

Een hoge dennenboom trekt mijn aandacht. Het is een reus met een kale stam die kletsnat is tot op twee meter hoogte.
Als ik voor hem sta en naar hem opkijk hoor ik een verhaal.

Terwijl ik luister wordt onze pijn één. Mijn ruggengraat is gewond, mijn basis is geraakt, ik voel me behoorlijk ontworteld. En daar doorheen stromen de wonden van het bos en ervaar ik de chaos, de stilte na de storm en de confrontatie met de realiteit. Heel even staat de tijd stil. We moeten nu herstellen, hoor ik, en blijven ademen. Geen actie. Er is genoeg actie geweest.

Ik ga langzaam verder en voel de energie van het kwetsbare bos en mijn eigen kwetsbaarheid. En ik voel een enorme kracht rond en door me heen gaan.

De bomen wijzen me op het licht dat nu overal aan kan en dat ze daaraan moeten wennen!
Ik zie mijn eigen weg naar zichtbaarheid, hoe licht begint te schijnen en hoe onwennig dat voelt. Hoe ik stil moet blijven staan bij het nieuwe dat zich in mij roert.

Ik wandel terug naar het pad en draag een stukje licht uit het bos met me mee.

Daisy Was 🌱