
De kleerkast blijft me aanstaren. Een donkere vlek die ik niet meer leuk vind. Vroeger kon ik er om lachen, om de opmerkingen dat ik zo graag zwart droeg. Ik zag het graag en het was gemakkelijk. Maar tijden veranderen en mensen ook als het goed gaat. Ik breng al een tijdje meer kleur in mijn leven maar ik moet toegeven, zwart overheerst nog steeds als ik in mijn kleerkast kijk.
Vandaag sta ik voor de honderdzoveelste keer met de deur in mijn handen en zucht. Hoe moet ik hieraan beginnen? Mijn gewicht jojoot en ik voel me als een rups die reserves aanlegt. Drie maten hangen en liggen door elkaar op de schappen, ik heb geen idee meer wat nog kan en wat niet, dus denk ik meestal dat ik niets heb om aan te trekken. Ondertussen staren bergen kleding mij aan. Dat is allemaal maar een idee hoor, troost ik mezelf. Maar mijn moed is als de speld in de hooiberg, onherkenbaar verstopt tussen alle koolhydraten die permanentie houden.
Ik werd 60 vorige herfst. Ben ik nu ook in de herfst van mijn leven, denk ik triest. Mijn lichaam is veranderd, ouder geworden. Ik vraag me af of ik eraan moet toegeven, of het onomkeerbaar is geworden. Zal ik alle kleinste maten dan maar wegdoen?
Een klein lichtpuntje hoop vliegt zoemend voorbij maar wordt genadeloos met de grond gelijk gemaakt. Ik zucht. Ohhh wat een zelfmedelijden! Ik word er zowaar plots ongeduldig van. Ik zucht nog een keer diep, zet resoluut de werkloze strijkplank naast me en zeg luidop:
“B E G I N”
En ik begin. Stapeltje voor stapeltje wordt uit de kleerkast gehaald en stuk voor stuk bekeken. Gaat het nog mee? Net iets te klein maar wel nog leuk? Nee dit kan echt niet meer, echt? Oh nee, hier hoef ik niet over na te denken! Die laatste stapel groeit behoorlijk. 60 worden is toch een mijlpaal, er gebeurt iets in dat jaar naar 61, er verandert iets onherroepelijks. Er is iets gepasseerd en er komt ruimte voor iets anders. Véél en leuk anders, hoop ik.
Twee zakken later weet ik weer wat er in mijn kleerkast hangt en ligt. Eén zak gaat naar de weggeefwinkel en eentje naar de kledingcontainer waar deze naar alle waarschijnlijkheid als voddenzak zal eindigen, terecht!
Het doet goed om naar de opgeruimde kast te kijken. Ik zet de strijkplank op zijn oude, vertrouwde plek waar hij de volgende dagen weer eens een job zal krijgen. en kijk naar de kleren die ik een apart plaatsje gegeven heb. Jurken waar ik nog steeds verliefd op ben maar waarvan ik weet dat ik er nooit meer zal inpassen of die ingehaald zijn door mijn leeftijd.
Cora Kemperman, ik heb er nog steeds een zwak voor. Eén outfit in het bijzonder maakt me emotioneel. Er zit een namelijk een verhaal achter, ik vertel het nog wel een keer. Langs mijn wangen lopen stilletjes enkele tranen als ik het kledingstuk liefdevol tegen me aandruk. Ik heb geschiedenis geschreven in deze jurk. Het was een ultra-mini-microscopisch klein stapje voor de mensheid. We maken ze allemaal, deze stapjes, gewoon door hier te zijn. Maar voor mij als mens was het een grote sprong.
Traag en aandachtig hang ik de jurk aan een kapstok. Ik kijk naar de kleine verzameling en denk, morgen maak ik er foto’s van en zet ze te koop. Maar vandaag gun ik mezelf het afscheid. Er is iets voorbij.
De avond valt, ik hoor de merel de lente bezingen. Als er iets voorbij is begint er ook iets nieuws.
Daisy 🌱








