Ademen

Jezelf bijeenrapen als je lichaam pijn doet en vermoeid is, je geest zwaar voelt, als je huilt en je weet eigenlijk niet waarom, is niet evident. Of toch?

Je weet dat je moet toegeven aan je-Zelf maar er zijn ‘de verplichtingen’ die eigenlijk geen verplichtingen zouden moeten zijn en je weet dat. Er zijn de ‘dingen’ die je niet kàn uitstellen en waar je als een berg tegenop ziet maar waar je je laatste restje energie voor gaat gebruiken ook al kan dat eigenlijk niet meer. Doorgaan, desnoods en ondanks je-Zelf. Zo hebben we dat geleerd. En de emoties? Ach, weet je…

Om echter daar te komen open je je in het verleden opgebouwde trukendoosje en daar komt, bijna zeker, een of andere bekende stem uit.

“Je hebt geen reden. Je hebt een dak boven je hoofd, eten, kleding, je hebt een lichaam dat ondanks alle mankementen functioneert. Wees dankbaar!”

Dat is allemaal waar en ook niet ter discussie. Maar het is de ondertoon waarmee dat trukendoosje spreekt. De sfeer waarin het door je heen gaat. Vanwaar komt die stem? Hoe klinkt ze? Hoe voel je je als je ze hoort? Heb je al eens echt geluisterd?

Is het een autoriteit uit je leven? Klinkt het vermanend, verwijtend? Voel je je schuldig, klein?
Was het de no nonsense zweep die korte metten maakte met zogenaamde ‘zwaktes’ en je wil harden voor jouw bestwil?
Of waren het woorden van wijsheid, gesproken door een liefdevolle stem die geen eisen stelde? Die een vrijblijvende suggestie deed, een eventuele keuze?

Nu in dit moment, is alles aanwezig. De vermoeidheid en mankementen, de wijsheid en de liefde. Het is nodeloos om de verwijten en stemmen te negeren of als niet aanwezig te wensen, des te harder schreeuwen ze om aandacht. En ja, ook het willen is erbij, alsook het niet willen. Alles is in het nu. Ook je adem.

Zoals je niet kunt ademen in het verleden kan je dat ook niet in de toekomst. Ademen kan alleen in het nu en als je naar de stem van je adem luistert, naar het in … uit en in … en uit en … in … voel je de magie van alles dat is. En ergens op een onbewaakt ogenblik word je als het ware weer bijeen geraapt, pas je weer in elkaar. Wonderlijk eenvoudig.

En die ‘maar’ die opkomt, laat hem. Hij vindt zijn weg ook zonder jou, daar kan je van op aan.

Daisy Was🌱

Volle Maan

Ik kreeg mezelf ’s avonds nog net zover dat ik een lekkere bami maakte van de voorgesneden groenten die ik een uur voordien toevoegde aan mijn winkelmandje, vergezeld door een banaan, mandarijntjes, courgette, paprika, Griekse yoghurt en gepofte spelt.

Een grote voetafdruk inderdaad maar ik was niet schuldbewust genoeg om te kiezen voor koolsoorten, rode biet en appels. Ze trokken me niet aan. Ik wilde licht en kleur en zon. Of dat weerspiegeld in alles wat in de supermarkt aan betaalbare prijzen te verkrijgen is, is nog maar de vraag. Ze doen anders aardig hun best om die illusie hoog te houden. Voor de biologische varianten heb ik niet hard genoeg gewerkt vrees ik, mijn portemonnee is te dun voor al die (h)eerlijkheid op mijn bord.

Maar de bami en het bijbehorend wijntje waren lekker en ik zapte de avond televisiekijkend weg. Sloom kwam ik de luie zetel uit en liep het terras op om naar de volle maan te kijken. Ze was nog verscholen achter de gebouwen. Ik ademde het licht in dat weerkaatste op de bomen en gevels, te moe om mijn jas aan te trekken en de nacht in te lopen in de vinnige wind die speelde met overgebleven bladeren en achtergelaten afval.

Op weg naar mijn slaapkamer werd ik een energiestroom gewaar. Al dat luieren, dacht ik verbaasd, was blijkbaar ontspannend. In het volgende moment werd ik me heel diep bewust van de energie die stroomde.
Ik voelde de maan!
De maan was in mijn huis! Niet door de ramen, niet door kieren of spleten, ze was gewoon in mijn huis en in mijn lichaam. Ik voelde en zag letterlijk haar aanwezigheid, er waren geen gescheiden vormen. En al had ik dat nooit eerder zo aanwezig gevoeld en gezien, het was volkomen normaal.

Eindelijk, dacht ik rustig, kleedde me om en kroop onder het dekbed. Ik voelde me veilig. Wat was dat lang geleden. Ik voelde letterlijk de warme, zachte omarming door elke cel in mijn lijf en geest. Datgene wat ik gezocht had in de wereld, wat ik behaagd had om het te houden, wat ik weggeduwd had uit vervaardheid, wat ik gezocht had heel diep in mezelf, wat ik opgegeven had, was helemaal aanwezig in al haar betoverende schoonheid, in al haar eenvoud.

Dat de maan mij omarmde zou haar eigenlijk onrecht aandoen want het was zoveel meer. Maar je kan niet van meer spreken als meer een begrip is dat onmogelijk de eenvoud omschrijft. Geen woorden die de alomvattende aanwezigheid kunnen omschrijven. Een poging, toch. Aanwezigheid … ‘Aan in Wezen’ … het licht was aan in Wezen.

Eindelijk, ik voelde me veilig en iets van lang, oh zo lang, lang geleden gebeurde. Ik viel in een diepe slaap voor enkele echt aaneengesloten uren en in het allereerste ochtendlicht net voor de maan verdween, droomde ik van een reis en kwam ik thuis.

Daisy Was 🌱

Mogelijkheden

Niet iedereen zal het met me eens zijn maar voor mij klinkt ‘mogelijkheden’ als een degelijk Vlaams woord, stevig onderbouwd met regels en goedkeuring.
In het Engels wordt ‘mogelijkheden’ vertaald als ‘possibilities’ en wordt het ineens een stuk speelser. Het klinkt als touwtjespringen of een spelletje ‘elastieken’. Ken je dat nog?

Wij speelden dat spel vroeger op de speelplaats, elastieken. Het was een werkwoord of een speelwoord eigenlijk, rekbaar, uitdagend en in beweging. Ik snapte er niets van maar was heel gefascineerd door de behendigheid waarmee andere kinderen ermee toverden. Als ik het zelf deed raakte ik hopeloos verward en dus stond ik liever op een veilige afstand toe te kijken.
Toen vertaalde ik mijn onkunde om te elastieken als een tekortkoming, als in ‘niet goed genoeg’. Ik begreep niets van het spel en kon niet meedoen met de rest. Dat niet iedereen als een speler op het veld moest staan en dat dat normaal en helemaal oké was, behoorde toen nog niet tot mijn mogelijkheden.

Nu, zoveel jaren later, kan ik nog steeds niet elastieken en heb ik ook geen ambitie in die richting. Maar ik vind wel steeds meer rust in het bewustzijn dat ik niet altijd op het veld hoef te staan, laat staan het te begrijpen. Dat ik kan toekijken en gefascineerd kan zijn, iets magisch kan vinden en daarvan kan genieten. Dàt, heb ik ontdekt in mijn leven, is een zalig talent om te beleven.

Het is oké om niet mee te spelen als je het spel niet vertrouwt en het is oké om eruit te stappen zonder je te excuseren. Het kan soms even of zelfs een leven duren om de mogelijkheid van falen en opnieuw proberen te omarmen, op of naast het veld. Als je aan het eind van je leven terugkijkt kan je niet zeggen dat je geen mogelijkheden gehad hebt als mens.

Want hoeveel keuzes heb je wèl gemaakt in je leven? Hoeveel paden heb je bewust en onbewust gekozen? Hoeveel talenten en mogelijkheden heb je wèl gebruikt in je leven? Op hoeveel velden heb je al gestaan? Sommigen waren, en zijn nog steeds, zo vanzelfsprekend dat je je er niet bewust van bent. Maar allemaal hebben ze je hier gebracht, in het hier en nu. En je hebt het nooit helemaal alleen gedaan, er waren altijd andere spelers op of naast het veld die iets hetzelfde deden. Het kan jammer zijn dat je het niet gezien hebt maar heel misschien was dat nodig. Het alternatief zal je nooit te weten komen.

De mogelijkheden waarvan je dacht dat ze buiten je lagen blijken uiteindelijk gewoon door alle lagen heen te sijpelen als zuurstofrijk, leven gevend water, in wezen onbeperkt. Het uitgeput zijn van mogelijkheden duidt er alleen maar op dat de vorm verandert omdat het hele plaatje verandert en dan ben je met je oude mogelijkheden niets meer.

Zie je, het is zoals met het woord zelf. Die degelijke Vlaamse ‘mogelijkheden’ mogen wat  meer speelse internationale ‘possibilities’ krijgen. Of als het je beter ligt, een beetje meer  … ‘chance’.

Daisy 🌱

De tuin

Het is herfst en ik kijk naar een totaal verwilderde tuin, overwoekerd met een onoverzienbare variatie aan planten, struiken, bijna uitgebloeide bloemen, mos, bodembedekkers en paddenstoelen.

De buurman staat bij me. Hij woont verderop in de straat en ik verdenk hem ervan dat hij met zijn kleren gaat slapen want ze lijken met hem vergroeid te zijn. Een doorgewinterde tuinder, geconditioneerd  in het houden van een nette tuin waarover hij zakelijk en methodisch vertelt. Moeiteloos gaat hij van zijn tuin over in die van mij en ik ben onder de indruk van zijn kunst om over alle grenzen heen zijn wijsheid te deponeren in mijn leven. Ik probeer te luisteren. Het is alsof ik elk woord al een keer of zoveel meer in mijn leven gehoord heb en zie het resoneren met de geconditioneerdheid in mijn eigen hoofd en lijf.

Ik merk al snel dat ik niet meer alle woorden opvang en kijk grappig toe hoe ze een eigen leven vormen en fragmenten worden. Er ontstaat een cadans die zich verspreid in de takken en de blaadjes die mee gaan bewegen, aangemoedigd door een guitig windje dat haast simultaan langs mijn hart strijkt en zuurstof schenkt aan een klein vlammetje dat zocht naar iets om mee te spelen. 

Naast me legt de man met brede gebaren uit wat ik allemaal van de tuin zou kunnen maken. Ik kijk naar hem en zie hoe de woorden uit een bibliotheek in zijn hoofd, via zijn ogen, mond, armen, handen en voeten leven krijgen en bewonder de creativiteit en de mogelijkheden die hij in zich draagt om vorm te geven aan zijn wil. De woorden die hij zegt verdwijnen in de cadans van fragmentjes.

Ik kijk rond in de tuin, zie het haast onbegonnen werk zoals hij het noemt en geniet ondertussen van de energie waarmee planten, bloemen, struiken en bomen de verbinding aangingen om dit kunstwerk te bouwen. Alles leeft, ook de afgestorven delen op de grond. Niets is dood hier, het krijgt enkel een andere vorm.  

Een haast doorzichtige, uitgebloeide wilde, witte roos gebruikt de wind om zich te draaien. In haar kern draagt ze zichtbaar een zwangere knop vol zaad voor volgend jaar. Zachtjes hoor ik haar stem. Ze is moe, zegt ze, van het volle leven dat ze geleid heeft. Het is tijd om naar een nieuwe bestemming te vertrekken. Ze maakt plaats voor haar kinderen die zullen kiemen in de vruchtbare aarde. Ik deel haar moederwens en groet haar met een lichte buiging. De cadans verandert haast onmerkbaar van ritme.

De man is uitgepraat en wacht op een reactie van mij. Ik voel me teruggeroepen uit een wereld die hij duidelijk anders ziet en kijk nog eens om me heen. Hij heeft niet helemaal ongelijk. Als ik de tuin wil temmen kan ik haar laten groeien zoals ik dat wil. Ben ik bereid tot de volhardendheid die daarvoor nodig is en het onvermijdelijke geweld dat erbij hoort? Een rilling loopt over mijn ruggengraat.
Als ik de wonderen van de natuur ontvangen kan zoals ze komen, kan ik alles laten groeien zoals het wil en ernaar kijken vanuit de deur of achter het raam. Maar dat heb ik al gedaan in mijn leven en het is niet wat mijn hart wil.

De tuin en ik hebben een verbinding gemaakt die bestond, lang voor ik haar gevonden had. Alles leeft hier, ook wat we dachten dat vergaan was. De wind verandert een beetje van richting en de cadans wordt een fluistering. Mijn huid tintelt.

De man wacht nog steeds, kijkt naar beneden en schuifelt wat met een voet in de aarde. Ik bedank hem voor de prachtige ideeën die hij met me deelde en ben me bewust van de praktische bijdrage die hij leverde. Hij vertrekt, blij dat hij van dienst kon zijn. Ik kijk hem na als ik de deur achter hem sluit.

Het wordt stil in de tuin, we ademen. Alleen de wind wil nog wat spelen en de tuin en ik deinen zachtjes mee. Ik maak nu deel uit van de tuin en vind mijn weg door hier te zijn, alleen maar te zijn. Ik hoef nu niet te snoeien, te graven, te rooien, noch te controleren. Alles komt op zijn en haar eigen tijd. Wij waren voorbestemd de tuin en ik. En we hebben elkaar gevonden.

Daisy 🌱

Succes en hoe dat voelt

Het was al voorbij middernacht toen ik pen en papier van mijn nachtkastje nam en begon te schrijven. Het was een ingeving, een inzicht. Zoals je waarschijnlijk al ervaren hebt verdwijnen inzichten ergens in het onzichtbare als je ze niet verzilvert.

We doen iets met de ons aangereikte dingen of niet, het is onze keuze. Ze gaan niet dood maar zweven verder naar iemand die meespeelt zoals E. Gilbert schrijft in Big Magic. Als een ander dan ‘succes’ ermee heeft, kunnen we alleen de hand in eigen boezem steken. Voor alle duidelijkheid, dat is niet hetzelfde als schuld.

Als ik ’s nachts begin te schrijven is dat meestal kort en heel snel waardoor ik ’s morgens mijn geschrift soms niet meer lezen kan. Maar vanochtend stond het er helder en duidelijk.
“Ik ben me bewust van het feit dat ik falen zie als een self fulfilling prophecy. Slagen zie ik als een succes maar het voelt als van een andere bron. Falen doe ik van binnenuit terwijl het begrip succes, van buitenaf lijkt te komen.”

Ik keek voor me uit terwijl ik voelde wat er gebeurde. Falen was dus iets dat ik zelf deed en succes kwam van iets anders en daar werd ik me midden in de nacht bewust van. Niet voor niets, dacht ik, het hoort bij zichtbaar worden. Oude patronen en beperkingen zullen er altijd zijn en tegelijkertijd ga ik door, zonder geweld op mezelf te plegen. Falen heeft de functie om me bij de les te houden, niet om me te verlammen. De angst krijgt een plek en dat voelt krachtig, het is een bondgenoot.

Spontaan vroeg ik me af hoe het zat met succes. Hoe voelt succes van binnenuit?
Ik werd er warm van. Succes is een moment. Het is een genot, een sensuele beleving. Het is eventjes zalig geen blijf weten met alle licht en energie die door me heen stroomt. En dan is het me wentelen in comfortabele zachtheid, stil worden en dankbaar zijn in hier en nu. Het is bezieling.

Daisy 🌱

foto Steve Johnson

Afstand is relatief

Ik sluit de deur van mijn auto. Stap na stap kom ik in beweging en iedere stap doet pijn. Maar ik ga door.

Ik kreeg net het uitdrukkelijk advies om in beweging te blijven. De kinesiste kijkt me daarbij zo oprecht aan dat er geen ruimte is voor een andere optie. Dus ben ik onderweg gestopt aan mijn lievelingsplek en zet ik nu moedig mijn eerste stappen op de natte grond aan de rand van het bos. Om de haverklap ontsnapt een kreun mijn lichaam en zoek ik naar stabiliteit. En ik ga door.
Als ik even later achterom kijk en de honderd meter die achter me liggen zie, lijkt de weg wel een kilometer lang. Toepasselijk, denk ik, dat is precies wat ik nu doe, doorgaan in mijn eigen tempo hoe het er ook uitziet.

Als ik de andere kant opkijk verschijnt het mij bekende wildpoortje. Het spoort me aan. Dat is wat een mens nodig heeft, poortjes op het pad. En ik adem wat dieper.

Het is al twee weken geleden dat ik hier genoot van een wandeling in de laatste zomerzon. Met deze levendige herinnering valt het me plots op dat ik mijn handen in mijn jaszakken geborgen houd. Het is helemaal niet koud en met mijn handen naast mijn lichaam ondervind ik al gauw meer stabiliteit. Hm, van dat laatste kan ik wel wat meer gebruiken, denk ik.

Au, dat deed pijn! De grond onder mijn voeten ligt bezaaid met eikels en kastanjes. Ik zoek opnieuw mijn evenwicht en kijk naar de overvloed die zich voor mij afspeelt. Voedsel voor de eekhoorns en andere kleine bosdieren. Ik zucht. Gelukkig is er eten voor hen. Zie je, zegt een innerlijke stem, er is altijd evenwicht. Het is slechts een kwestie van dat te zien. En hoe werkt dat weer voor overvloed? Hm, daar kunnen we ook wel wat van gebruiken.

Natuurbeheer heeft huisgehouden in het bos. Het beneemt me de adem. Een kaalslag, een slagveld! Ik kijk om me heen en herken het bos haast niet meer. In een nog trager tempo wandel ik verder en overschouw de chaos. Ik vergeet even de afstand die ik al aflegde zoals ik net mijn pijn vergat toen ik aan de eekhoorns en veldmuisjes dacht. Afstand is relatief en van invloed, klinkt dezelfde stem.

Diepe sporen van een grote, zware tractor hebben de grond zo zompig gemaakt dat ik er niet doorheen wil. Ik heb mijn wandelschoenen niet aan want zag ik niet zitten toen ik op de parkeerplaats vertrok, mijn voeten leken zo ver weg.

Ik draai me om en om in kleine beetjes, georkestreerd door mijn brein, voorzichtig uitgevoerd door mijn lichaam. Overal is het chaos, behalve in de diepe, doorweekte sporen en de hoge, opgestapelde rijen afgezaagde, ontwortelde bomen. Aandachtig verlaat ik het pad en wandel tussen de afgezaagde en gebroken bomen, de takken die nog niet dood zijn, de verbrijzelde houtsplinters en de bomen die het overleefd hebben. Zij bleven ook niet gespaard en zijn letterlijk geraakt. Ik zie de wonden en leg mijn hand erop. Zonder woorden breng ik het bos mijn medeleven over en wens het sterkte. Een slagveld, gaat er door me heen, zo voelt het vanbinnen bij mij soms ook wel eens en dan heb ik rouwtijd nodig.

Een hoge dennenboom trekt mijn aandacht. Het is een reus met een kale stam die kletsnat is tot op twee meter hoogte.
Als ik voor hem sta en naar hem opkijk hoor ik een verhaal.

Terwijl ik luister wordt onze pijn één. Mijn ruggengraat is gewond, mijn basis is geraakt, ik voel me behoorlijk ontworteld. En daar doorheen stromen de wonden van het bos en ervaar ik de chaos, de stilte na de storm en de confrontatie met de realiteit. Heel even staat de tijd stil. We moeten nu herstellen, hoor ik, en blijven ademen. Geen actie. Er is genoeg actie geweest.

Ik ga langzaam verder en voel de energie van het kwetsbare bos en mijn eigen kwetsbaarheid. En ik voel een enorme kracht rond en door me heen gaan.

De bomen wijzen me op het licht dat nu overal aan kan en dat ze daaraan moeten wennen!
Ik zie mijn eigen weg naar zichtbaarheid, hoe licht begint te schijnen en hoe onwennig dat voelt. Hoe ik stil moet blijven staan bij het nieuwe dat zich in mij roert.

Ik wandel terug naar het pad en draag een stukje licht uit het bos met me mee.

Daisy Was 🌱

Weet je ’t zeker?

Ik heb een beperking. Oké, ik heb er wel honderd. Ze zitten allemaal in mijn hoofd en vandaag maak ik er ruzie mee.”

Soms wil ik vloeken en tieren en huilen van frustratie, en geloof me, dat doe ik ook! Mijn beperkingen zijn namelijk van het soort dat ik moet oplossen. Strontvervelend als je er middenin zit!

Er zijn beperkingen waar je niets aan kunt doen, die je moet accepteren en waar je mee moet leren leven. Dat is niet gemakkelijk, zeg maar gerust heel moeilijk in onze maatschappij.

En dan zijn er, buiten alle anderen die je nog kent, de beperkingen die je hebt verzameld onderweg. De stemmetjes die je interne boekhouding feilloos bijgehouden heeft en bepalend zijn geworden voor je gedrag van vandaag. Gedrag dat je in de weg gaat zitten als je je leven een frequentie hoger wilt tillen. Alsof het universum met het nodige sarcasme zegt: “Weet je het zeker?”

Uit je comfortzone komen, wordt dat genoemd. Je moet uit je luie zetel komen en gaan staan voor waar je naartoe wilt anders kom je niet vooruit. Soms echter, moet je juist zitten blijven tot je helder hebt welke kant je uit wilt. Zoek het je maar uit, je krijgt er geen gebruiksaanwijzing bij. Dat heeft natuurlijk ook een avontuurlijk prikkelende kant.

Of je nu tien kilogram wilt afvallen of een nieuwe baan wilt zoeken, miljonair wilt worden of op een podium wilt gaan staan om te delen vanuit je hart, je moet uit je schulp komen.

In aanvang zie je dat helemaal zitten. De adrenaline druppelt aan hoge snelheid je infuus in en je opwinding werkt in op je creativiteit. Je ziet het nog niet helemaal voor je maar je mikt voor de maan zoals ze dat zeggen, zodat je op z’n minst tussen de sterren zal belanden.

En dan komen ze. Je hoort ze eerst niet eens omdat ze zo vertrouwd zijn dat ze zonder kloppen via de achterdeur naar binnen komen. De stemmetjes.
Je merkt iets, een koud windje dat passeert. Je let er niet op maar je voelt het wel. Het heeft iets onaangenaams maar je weet niet wat het is. Je gaat verder met je plannen en schenkt er geen aandacht meer aan. Het lijkt te verdwijnen. Tot je merkt dat je begint te twijfelen. Je gooit je schouders even los maar het lijkt niet te helpen. Je laat je plannen voor wat ze zijn en zoekt afleiding want dat is vast wat er nodig is. Dat kan, inspiratie heeft ruimte nodig.
Maar hoe je ook probeert, je krijgt ‘het’ niet meer opgepakt zoals ervoor, de jus ontbreekt. Je ervaart allerlei beperkingen zonder er de vinger op te kunnen leggen.

En de stemmetjes worden luider. “Misschien was het toch niet zo’n goed idee. Waarom dacht je eigenlijk dat je dit moest doen? Het is niet zo origineel als je dacht in je kinderlijke enthousiasme. De mensen zitten daar niet op te wachten, er is zoveel aanbod. Je wordt zenuwachtig als je eraan denkt, zou je dit nu wel doen? Denk je echt dat je goed genoeg bent?”

Dat laatste is de genadeslag. De donkere wolken trekken samen boven je en je zoekt naar een trui om je te beschermen tegen de kou. Je doet de deur dicht.

Het wordt stil in huis.
Ik staar in het niets. Of nog erger, in het niets naar de tv.
Plots veer ik recht!
“Verdomme! Nee! Deze keer niet!” Ik loop naar de deur, zet hem open en jaag ze buiten, de beperkende stemmetjes.
“Adieu! Je zoekt het je maar uit maar niet nu en niet hier!”

Ik haal diep adem, plant mijn voeten in de aarde, recht mijn rug en zeg:
“Wat ik breng mag dan niet origineel zijn maar één ding is zeker. Het is nog nooit gebracht door mij!”

Daisy Was 🌱

Veilig

Ik heb een hele tijd in het zuiden van Limburg gewoond en ging daar veel wandelen. Elk jaar bij de opening van het jachtseizoen hoopte ik dat de dieren gezond en wel aan de jagers zouden ontsnappen. Ik wenste ze één voor één geluk als ik ze tegenkwam.

Het idee dat mensen vogels kweekten in kooitjes, om ze ‘vrij’ te laten in de natuur zodat de jagers hun ‘sport’ konden uitoefenen en de dieren konden opjagen om te doden, was voor mij zo wreed dat ik plaatsvervangende schaamte voelde.

Ik hield oprecht van de mooie vogels die behoedzaam door de velden liepen en bij de minste onraad hun vleugels spreidden en prachtig door de lucht zweefden. Ik hield van de hazen die je tussen de overgebleven stoppels van de bijna kale velden zag zitten. Eerst de oren, dan de rest van hun ongelooflijke schoonheid en de snelheid als ze hun krachtige achterpoten gebruikten om te rennen. Ik hield van de prachtige vos wiens poten ik hoorde neerkomen op het aarden pad enkele meters van me vandaan. Hoe hij een seconde naar me kon kijken van uit zijn ooghoek om dan sierlijk te verdwijnen in het laatst overgebleven maïsveld.

Het waren geschenken die mijn cellen deden opleven en mijn hart wakker klopten. Elk jaar weer droomde ik in de velden dat de dieren het zouden halen zodat ze na een lange winter, in de lente voor hun kroost veiliger oorden zouden kunnen opzoeken.

De vraag die ik weer mee naar huis nam was: “Waar is dat in deze wereld, een veilig oord voor dieren?”

Ik denk dat het antwoord in de buurt ligt van “Bij de mens die in liefde en respect naast hen kan leven.”

Daisy Was 🌱

libelle

Ik lees brieven naar de volle maan. Een brief over vertellen raakt me vanbinnen omdat ik zelf aan de drempel sta.

Als ik nog langer wacht, denk ik, is het magische voor mij voorbij. Ouder wordende vrouwen, het worden er steeds meer, zij hebben iets te vertellen, te delen, te geven, te ontvangen. Iets dat wijsheid geworden is en voedend is voor de wereld.
In het laatste jaar waarin ik een 5 draag voor de 6 arriveert, besef ik op een nieuwe ‘wijze’ dat tijd op aarde bepalend is. Moet ik versnellen?

Ik schrik op. Een grote libelle vliegt tegen het net op het terras. Ze hangt vast.
Mijn lichaam wil snel opstaan maar mijn intuïtie houdt me tegen. Rustig, geef haar de tijd die ze nodig heeft. En verbonden daaraan hoor ik, geef jezelf de tijd die je nodig hebt. Om helder in actie te kúnnen zijn.

Tijdens ongeveer drie lange seconden hoor ik gezoem afgewisseld met stiltes. De libelle probeert los te komen. Ze vertelt me iets. Ik kijk en luister gefascineerd en zit klaar om beheerst op te staan en hulp te bieden. Op dat moment vliegt ze weg.

Ik blijf zitten en het eerste wat ik wil doen is de spirituele betekenis van een libelle opzoeken … en stop. Ik leg mijn telefoon neer want ik heb al ontelbaar veel libellen en hun boodschappen in mijn leven ervaren en vertel mezelf met een bijna triomfantelijke glimlach dat google zelfs nog nooit een libelle heeft gevoeld.

Het prachtige dier was heel groot. Haar lichaam was turquoise en er glinsterden sterretjes in haar doorzichtige vleugels. Ze zijn magisch libellen, magisch als de draken in het rijk van het oude volk. Ik ontspan en hoor het verhaal dat ze me bracht.

“Soms vlieg je in je snelheid ergens tegenaan. Tegen een hindernis die je verrast omdat ze niet zo onvermijdbaar is als concrete materie, bv een muur.
Het net van vandaag heeft mazen en laat je zien hoe het eruit ziet aan de andere kant en je vraagt je af hoe je daar komt. Je wilt je alleen maar bevrijden van de hindernis die je tegenhoudt en weet niet dat deze je beschermt tegen je eigen ondergang. De schittering van het licht waar je zo graag naartoe wilt, doet je soms het overzicht verliezen waardoor je niet veilig gefocust vooruit kan bewegen en je te snel bent. Je raakt verblind.”

(Als het net er niet hing was de libelle misschien dood gevlogen in de glinstering van het raam.)

“STOP!” zegt de libelle. “Dit is waar je bent. Je bent nergens anders. Je gaat nergens anders naartoe. Dit was het beste wat je in deze omstandigheden kon doen. Vastzitten.

Kijk om je heen. Beweeg een beetje. Voél waar je bent. Beweeg nog een keer. Shhht, rustig, blijf gefocust. Beweeg nog eens. Voel. En kijk! Je vliegt!

Go wíth the flow, don’t push it.

Niet de schittering is jouw doel. Je bent immers je eigen licht. Vertrouw.”

🌱 Daisy Was

Once upon a time

Is het dat melancholische regenweer dat me altijd weer meeneemt? Is het het ouder worden dat het verleden dichterbij brengt? Zo oud ben ik nog niet.

Zeker niet als ik me een prille twintiger voel, deinend op de overzetboot van Nantucket, Massachusetts naar Hyannis, alleen op reis naar New York waar nieuwe verrassingen zich zullen ontvouwen.

Ik vraag aan mensen of ze de richting van de Big Apple zullen uitrijden maar ik kan niemand vinden. Sinds de boot de haven uitgevaren is voel ik ogen in mijn rug. Iemand slaat me nauwlettend gade. Ik draai me om en kijk in de vriendelijke maar doordringende ogen van een man die ik ongeveer 45, 46 jaar schat. Hij knikt niet, geeft geen zichtbaar teken van herkenning en ik besluit om een kop koffie te drinken aan het buffet. Als ik daarna op het winderige dek ga wandelen en mij omdraai om mijn sjaal rond me te kunnen wikkelen tegen de zon en de wind ontwaar ik opnieuw zijn blik. Het voelt niet gevaarlijk, ook niet vijandig. Ik kan het niet thuiswijzen, het voelt vreemd.

Alle passagiers staan ondertussen te wachten om aan wal te gaan en de mysterieuze man biedt me op het laatst mogelijke moment een lift aan. Hij woont in Greenwich, dat ligt in de buurt van mijn eindbestemming. Twee dingen gaan door me heen. Ik heb geen andere mogelijkheid om te reizen, tenzij het vervelende vooruitzicht om van de ene trein en bus op de andere te springen. Als ik de man bekijk voel ik volkomen onschuld. Ik weet niet waarom maar het voelt oké. Ik besluit om mee te rijden.

In de auto vertelt hij dat hij elk jaar met vrienden gaat vissen in Nantucket. Ik denk terug aan de afgelopen tijd. Aan mijn baantjes hier en aan de vissers die dagelijks terugkeerden van de oceaan met verse vis, kreeft en scallops.

Scallops! Hoeveel ruwe schelpen zouden mijn handen gepasseerd zijn om met een vlijmscherp mesje in één vloeiende beweging in een emmertje te belanden. Kapotte handen, pijnlijke nekspieren, ruikend naar vis maar hoe voller het emmertje, hoe meer dollars als ik ’s avonds doodmoe de deur achter me sloot.  

Ik voel hoe hij me zit aan te kijken en weet dat de vragen die hij stelt over mijn bezigheden in het leven niet zonder doel zijn. We zijn een half uur onderweg en hebben nog 6,5 uur voor de boeg. Het valt me plots op dat we ons niet aan elkaar voorgesteld hebben. Hij heet Norbert en komt uit Groot-Brittannië. “All right, that should work”, zeg ik een beetje lachend, “I’m European too”. Hij schuifelt een beetje zenuwachtig heen en weer en vraagt waar ik dan wel vandaan kom. “I’m from Belgium” zeg ik. Even lijkt het of alles stil valt, alsof iemand voelbaar het stuur overneemt. Hij is lijkbleek en stopt aan het eerste wegrestaurant dat we tegenkomen. We drinken zwijgend koffie en een onverklaarbare rust komt over ons heen als we weer gaan rijden.

Na een lange stilte zegt hij dat hij mij iets wilt vertellen. Een verhaal dat hij nog nooit verteld heeft tegen a living soul. Het mooiste verhaal van zijn leven.

Hij was 20 toen hij samen met enkele andere collega’s door zijn firma naar België werd gestuurd om een vergadering bij te wonen in Brugge. Zijn collega’s besloten de stad te gaan verkennen de eerste avond. Hij voelde er meer voor om rustig in het hotel te eten en zich voor te bereiden op de volgende dag. Terwijl hij aan een tafeltje ergens over zat te denken zag hij de zwarte vleugelpiano aan de andere kant van de kamer. Hij kon de verleiding niet weerstaan en ging op de kruk zitten, zette zijn handen op de toetsen en speelde zijn lievelingsmuziek. Mensen kwamen rond de piano staan en het werd gezellig.

Een van luisteraars was een meisje van ongeveer 19 jaar. Een doodgewoon meisje, niets opvallends maar om de een of andere reden fascineerde ze hem en hij zocht contact. Ze sprak Engels en was daar met haar ouders. Deze hadden het niet op hem gemunt maar de jongedame wel en dus spraken ze stiekem af de volgende avond.

Het moment waarop ze die bewuste avond in de lobby verscheen werd hij tot over zijn oren verliefd. “Zij was de mooiste”, vertelde hij heel ontroerd. Ze genoten intens van elkaar maar hij moest terug naar Groot-Brittannië en zij bleef in Brugge.

Eens thuis werd hij wee van verlangen en pakte nogmaals zijn koffers om terug te keren naar Brugge. Daar wond hij er geen doekjes om en vroeg haar ten huwelijk. Ze waren dolgelukkig maar haar ouders niet want ze mocht niet trouwen met een buitenlander. Het huwelijk ging niet door.

Ze zijn elkaar in het geheim blijven ontmoeten en elk moment was een gestolen en gelukzalig moment om nooit te vergeten. Een vakantie in Griekenland deed hen beiden beseffen dat geheimhouding niet was wat ze wilden en namen afscheid.

Zo snel als het begon kwam het einde. Ze hebben elkaar nooit meer gezien. Hij kreeg een aanbieding in Amerika en kwam niet meer terug.

Hij vertelt heel vluchtig over zijn huidige vrouw en hun kinderen, een stabiel gezin. Het wordt weer stil in de auto.

Beiden in gedachten verzonken rijden we verder tot aan een restaurantje aan de Connecticut River. Voor we uitstappen kijkt hij me even aan, speelt wat met zijn autosleutel en zegt: “I know here inside, that if I would see her again I would leave everything behind to go on where it all stopped so abruptly”.

We stappen uit en genieten van het eten terwijl we in alle rust uitkijken op de River. Woorden lijken nu brutaal, de stilte is helend.

Op terugweg naar de auto laat ik mijn tas vallen. Hij helpt me alles op te rapen en als ik opkijk staat hij met een Nederlands boek in zijn handen. Een boek dat een Belgische vriendin me opstuurde tijdens mijn verblijf in Nantucket. Hij slaat het open en begint te lezen alsof Nederlands zijn moedertaal is. Mijn verbazing stijgt wanneer hij begint te vertalen wat hij net gelezen heeft. Hij is het nooit vergeten.

Dan zie ik het weer duidelijk, die blik in zijn ogen die me al van op de boot gepuzzeld heeft. In de auto vraag ik naar zijn belangstelling voor mij en waarom hij dit mooie verhaal vertelt. Hij kijkt me aan. Het is lang stil in de auto. Dan zegt hij:

“Toen ik jou daar op de boot zag stappen dacht ik dat ik gek werd. Je ogen, je lange haren, je profiel, je stem, alles klopte. En toen je me vertelde dat je uit België kwam en dan ook nog Vlaamse was, werd het even zwart voor mijn ogen. Jij bent het evenbeeld van een jonge vrouw die op een zwarte vleugelpiano leunde in een klein Brugs hotelletje, 20 jaar geleden.”

Ondertussen komen we aan in New York. Ik haal zonder woorden mijn rugzak uit de koffer van zijn auto en wil hem bedanken en vaarwel zeggen. Hij is me voor, kijkt me recht in mijn ogen en met een onbestemde zachtheid in zijn stem zegt hij:


“You know that I will probably hate you forever.” Met de rugzak half over mijn schouders kijk ik op en antwoord: “I know” en verdwijn uit zijn leven.

🌱 Daisy Was