
Het stormt buiten. Dikke, grijze wolken vliegen gehaast voorbij alsof er ergens een deadline op ze roept. De wind is in zijn element en speelt met alles wat hij te pakken krijgt. Indrukwekkend. Af en toe komt de zon tevoorschijn. Als haar stralen op de nog kale, natte boomtakken vallen maakt ze haar belofte waar door te glinsteren in elke regendruppel. Magisch.
Twee weken geleden heb ik me opnieuw overgegeven aan mijn opruimbeweging. De eindeloze stroom artikels, blogs, boeken en filmpjes die voorbijkwamen over dit onderwerp, hebben me niet koud gelaten. Ze prikkelden mijn zinnen om door te gaan met wat ik vorig jaar tijdens de lange, hete zomer opgegeven had. Ik wilde licht en speelsheid in mijn huis en na heel wat opruim- en schilderwerk begon er schot in de zaak te komen, tot de hitte me te machtig werd. En geloof me, er bleef nog genoeg chaos over die ondertussen dramatisch over de grond rolt, schreeuwend om mijn aandacht.
Ik kan je niet vertellen hoe vaak ik de afgelopen maanden met goede moed en overtuigingskracht opnieuw begonnen ben aan dat drama en hoe ik bijna even vaak geïrriteerd niet kon begrijpen waarom het me steeds niet lukte. Dan gooide ik de handdoek in de ring en ging iets anders doen, eender wat als het maar ver genoeg afstond van opruimen.
Waar was de vrouw die tig keer verhuisd is, alleen, met een partner en nadien nog enkele keren alleen met haar kinderen onder haar vleugels? De vrouw die erin slaagde om iedere keer weer een thuis te creëren? Waar was ze naartoe gegaan? Ik vond haar niet meer en ik voelde me behoorlijk in de steek gelaten.
Nu heb ik een zeer creatief ego dat me altijd weet te entertainen, ook als ik dat niet wil. Omdat het een strijd bleef in mezelf ging ik er op een dag bij neerzitten. Zomaar in het midden van de chaos in de kamer. Ik gaf me over. Tenminste, dat dacht ik toch. Mijn ego kwam met een nieuwe oplossing voor ‘het probleem’. Gezien ik zoveel moeite had met onderscheiden wat ik nog langer wilde houden en wat weg kon, moest ik mild zijn voor mezelf. Ik hoefde geen keuzes te maken en kon alles toch gewoon houden. Want, was zijn briljante redenering, dit is niet zomaar een rommelkamer, nee, dit is een ‘als … dan’-kamer.
Het bleef even stil in mijn hoofd. Onder de indruk van zijn eigen vindingrijkheid straalde mijn ego door mijn bezwaren heen en trok me mee in zijn enthousiasme. Deze kamer zou voortaan door mijn leven gaan als de ‘als … dan’-kamer. Ik zag het helemaal zitten want elk voorwerp dat ik bekeek of aanraakte kon een functie hebben in de toekomst.
Als ik ooit een knutselwerkje wilde maken kon ik kiezen uit een hele verzameling strikjes bijvoorbeeld en ik overtuigde mezelf moeiteloos van de handigheid daarvan. En als de telefoon het ooit zou begeven kon ik zo een reservetelefoon met een hele lange draad uit de kast halen. Hij was wat ouderwets maar dat deed er niet toe. Als iemand nog extra kussens nodig had, dan kon ik daarvoor zorgen. Bovendien, en deze was echt geweldig, ik hoefde geen kleren uit te kiezen want als ik gewicht zou verliezen dan hoefde ik me geen zorgen te maken, ik had nog een voorraadje in elke maat. Lichtjes of zwaar uit de mode maar hé, je kunt niet alles willen. Dat het ook de andere kant op zou kunnen gaan met dat gewicht was iets waar ik op dat moment liever niet aan dacht.
Ik wentelde mezelf in deze comfortabele kortetermijnoplossing
en genoot van het idee dat ik nog nooit in mijn leven een ‘als … dan’-kamer had
gehad.
Er zaten hiaten in mijn aanpak want elke dag, als ik in de kamer moest zijn,
lekte mijn energie weg. Ik zag het wel gebeuren maar deed er niets aan.
Tot ik er op een dag genoeg van had en mezelf zonder oordeel vroeg hoe ik deze situatie kon omdraaien. Eerstens moest ik me niet langer meer richten op wat ik niet wilde, wel op wat ik wel wilde. Maar wat was dat dan? Ik was een ander mens geworden doorheen de jaren en de aanpak die vroeger succesvol bleek, werkte niet meer. Wie was ik nu? Wat wilde ik?
Ik had niet voor niets al die artikels gelezen en met ‘de’ vraag van opruimgoeroe Marie Kondo in gedachten legde ik grote zakken klaar, maakte plaats op de grond en op mijn (werkloze) strijkplank, opende mijn kleerkast en nam mijn eerste kledingstuk uit het rek. Maakte deze jurk me gelukkig? Werd ik hier vrolijk van?
Nooit in mijn leven ben ik op deze manier door mijn kleerkast gereisd en het werd een reis, dat kan ik je vertellen. Elk kledingstuk en elk paar schoenen, de lakens en dekens van mijn bed, de handdoeken en kussenslopen, werkelijk elk stuk dat ik bezit is verbonden met een verhaal uit mijn leven. En de populaire oplossing om weg te doen wat ik een jaar of twee seizoenen niet gedragen had, werkte niet voor mij.
Wat wel werkte was het omgaan met het verhaal dat erachter zat. Maakte dit item mij gelukkig? Werd ik hier vrolijk van? Dit kreeg zin want kiezen kreeg een andere, diepere dimensie en werd verbonden met hoe ik überhaupt omga met materie en met wie ik vandaag ben.
Ondertussen staan er zakken klaar voor andere doeleinden, heb ik een overzicht over het textiel dat ik bezit en zie ik het verhaal dat gaat over meer dan kleren. Het gaat over hoe ik omgegaan ben met delen van mijn leven, wat ik betrachtte, hoe ik veranderd ben en wat ik nu voor mezelf wil. En hoe graag ik, ook vandaag nog, zwart zie, er is ruimte ontstaan om gevuld te worden met meer kleur, in mijn garderobe en in mijn leven.
Morgen ga ik in verbinding met de storm bovenop en rond de kast. Word ik daar vrolijk van? Nee, nog niet echt. Maar ik kijk uit naar de zon die haar belofte waarmaakt als haar stralen glinsteren op de nog kale, natte takken. Magisch.
Daisy Was