Gewoon hier

Ze ligt in mijn armen, ik wieg haar zachtjes. Zij houdt haar schattige wijsvingertje in haar mond en kijkt me aan. Haar ogen gaan langzaam dicht en weer open, dicht en open, dicht, dicht. Het vingertje glijdt uit haar mond, haar lichaampje wordt zwaarder, ze slaapt en tijd verdwijnt.

Ik blijf naar haar kijken. Hoe ze zachtjes ademt, de geluidjes die ze maakt en hoe haar handje zo goed past in de palm van mijn hand. Ze is een wonder, mijn kleinste kleinkindje. Net als haar zusje die nu om aandacht vraagt.
“Omi”, “Ja lieverd?” Overtuigd dat ik begrijp waar ze het over heeft, vertelt ze me in haar eigen gebrouwen taaltje een verhaal dat ergens ‘auto’ en ‘omi’ inhoudt en waar ik het, hoe kan het anders, helemaal mee eens ben. Ik vraag haar wat ze toen gedaan heeft en vol animo ontvouwt ze haar verdere avonturen.  Ik luister en leg voorzichtig mijn kleinste neer, waarna we samen een hoge toren bouwen van de blokken op de grond.

Weet je wat ik zo heerlijk vind aan kleine kinderen? Zij leven niet in de toekomst, noch in het verleden. Kinderen leven spontaan in het hier en nu en niet alleen dat, ze delen die rijkdom van onschatbare waarde zonder enige terughoudendheid, met de rest van ons. Zij nemen hun tijd zonder zich bewust te zijn van het begrip dat wij als volwassenen ervan gemaakt hebben en ervaren als de enige werkelijkheid. Wat een heerlijkheid is het, het vertrouwen te hebben om altijd in het hier en nu te zijn. Volwassenen hebben hun hele leven van elkaar geleerd om angst te hebben voor verlies. Een klein kind heeft alleen te verliezen wat het nu heeft, niet morgen, niet gisteren, zelfs geen minuut geleden. Dat maakt hen oneindig puur.

Als mijn peutertje en ik de auto onder onze zelfgemaakte brug doorrijden, flitst er een beeld voor me op. Gisteren stopte ik aan het tankstation. Het is een plek waar ik niet graag naartoe rijd op drukke momenten. Er heerst een gehaastheid die kilte uitstraalt. Niemand zegt iets of kijkt elkaar aan. Het is ieder voor zich en liefst zo snel mogelijk. Het lijkt of niemand echt daar is. Dat geldt ook voor mij. Gauw kijken of er iemand achter me staat en maken dat ik klaar ben zodat ik weer kan vertrekken naar het volgende.

Gisteren niet, het was rustig. Er was maar één auto aan een andere pomp. Ik haalde de kaart uit mijn handtas, opende de klep van de auto, stapte uit en terwijl ik naar de automaat liep nam ik de omgeving in me op. Ik kan niet zeggen dat ik genoot van de handelingen op zich maar het ging om de ervaring van het moment, het was alsof de tijd wegviel. Alles vertraagde.
Ik zag mezelf nummers intoetsen en akkoord gaan met een onpersoonlijke paal in de grond, die ervoor zorgde dat ik persoonlijke informatie inleverde om benzine te kunnen krijgen voor mijn auto zodat ik weer verder kon met mijn leven.

Je zou kunnen zeggen dat het een irreëel moment was maar eigenlijk was ik gewoon in het hier en nu. Ik ging niet na het tanken naar mijn leven toe alsof dit er niet bijhoorde. Dit wàs mijn leven. Ik voelde mijn lichaam en geest ontspannen. Even deed ik niet mee en was ik wie ik was, nu, zonder toekomst en zonder verleden.

Daar dacht ik aan toen we met de auto onder onze zelfgebouwde brug doorreden, mijn kleinkind niet gefocust op de brug die zou kunnen omvallen zoals ik, maar op het er onderdoor rijden. Waarin ze trouwens glansrijk slaagde.

Achter me werd ik geluidjes waar. Gebogen over de auto in haar hand zei ze zonder opkijken van haar spel: “Omi, zusje is wakker”.  

Daisy Was