‘Kintsugi, de schoonheid van emotionele scherven’. Mijn eerste review op Bol.com en Bruna.nl was er een over een inspirerend boek. Het werd de start van een nieuw gewonnen plezier, reviews schrijven … maar dan op mijn manier.
Ik kijk naar het boek dat in mijn handen ligt en zie schoonheid in eenvoud. Het is een perfecte vertaling van de Japanse kunst Kintsugi, een intrigerend reparatieproces dat breuklijnen in porselein met goud accentueert en een metafoor voor het authentiek herstellen van breuklijnen in je eigen leven. Céline Santini heeft via heldere en praktische taal een haalbare en geloofwaardige weg gedeeld om zelf vorm te geven aan je herstelproces en trots te zijn op wie je bent met al je littekens, waar je je ook bevindt in jouw leven. En het werkt. De eenvoud en de (h)erkenning weven zich als een gouddraad doorheen het boek en zetten als vanzelf een beweging in je in gang. Hoofdstuk na boeiend hoofdstuk voel je je uitgenodigd om te reflecteren en actie te ondernemen in een alchemistisch proces van transformatie, op een realistische en haalbare manier. Een reis die je weliswaar zelf moet doen wil je ze ervaren.
Als een volmaakt belletje tinkelt de weg naar Keulen mijn cellen aan en worden herinneringen wakker getrild aan vervlogen tijden. Ik had er niet bij stilgestaan dat de weg die we zouden nemen, dezelfde zou zijn als een deel van de route die ik lang gedaan heb. Een vervlogen tijd en een vervlogen relatie.
De vraag gaat door me heen hoe tijd en relaties vervlogen kunnen zijn als herinneringen wakker worden door het rijden in dezelfde richting? Zijn zij niet altijd in het nu? Zoveel jaar had ik geen Duitse verkeersborden en plaatsnamen meer gelezen. Ik had mezelf de reden ontnomen om dit land nog te bezoeken en daar was ik me nu helemaal bewust van. Het verwondert me iedere keer op hoeveel niveaus we afscheid nemen, relaties afronden om zo dieper terecht te komen in wie we zijn vanbinnen.
Ik zie bekende gezichten voor me als we Heerlen en Aken voorbijrijden, kijk in ogen, hoor gelach en gekeuvel en word nostalgisch in mijn binnenste als ik een kerstboom met honderden lichtjes zie staan in de verte. Jaren van warme momenten verschijnen op mijn netvlies en verdwijnen even snel als de borden die we passeren. Een warme familie, een welkom gevoel en een toekomst die voor me ingevuld wordt met verwachtingen die normaal zijn in de grotemensenwereld. Mijn dochter schrikt. Voor ons slingert iemand even op de weg en plots lijkt het alsof het autoraam op een kier staat. Het wordt kouder als ik bij een volgend bord in de ogen van mijn toenmalige partner kijk en niet zie wat ik zo graag wil zien maar mijn eigen reflectie ontwaar, die niet past in het plaatje hoe ik het ook draai of keer, ook niet na duizend keer.
Langs de autostrade naar Keulen staan bomen en struiken geplant met bordjes erbij waarop de naam van elke soort te lezen is. Ik lees ze één voor één ook al ken ik geen Duits, vertaal ze waar ik kan en zie een beeld van wat er geplant is. Wallnus, walnoot. Ik zie de grote walnotenbomen in de tuin van mijn moeder die soms zoveel vruchten dragen dat ik de takken aanraken kan. Maar de bomen zijn niet meer, de Pukkelpopstorm heeft ze ontworteld. Ze hebben littekens in de tuin nagelaten en ik zie mezelf erin staan, triest en dankbaar in hetzelfde moment. Triest door het afscheid en dankbaar voor de schoonheid die ik gekend heb en hun vruchten die ik gegeten heb.
Ik lees de borden van mijn herinneringen, vertaal wat ik kan en zie een beeld van wat er geplant is. Triest door het afscheid en diep dankbaar voor de schoonheid en de vruchten die mij gevoed hebben om meer te zijn wie ik vanbinnen ben.
Mijn dochter wijst op het panorama dat zich voor ons ontvouwt. De gotische torens van de Dom rijzen boven de daken uit en een belletje in mij verwelkomt nieuwe herinneringen.
Ik luister onrustig. De wind neemt toe in kracht. Het terrasraam weerspiegelt trillend de bamboelamp in de woonkamer en in de keuken bewegen de naaldjes van de kerstversiering op de vensterbank. De regen zwiept tegen het glas. Ik zit onder mijn warme fleece en voel me kwetsbaar. Het staat in geen enkele verhouding met de mensen die nu de nacht buiten moeten doorbrengen maar dit besef verandert niets aan mijn eigen ongerustheid. Schuld maakt gretig gebruik van de gelegenheid en steekt zijn kop boven het maaiveld uit. Ik kijk hem aan en vraag oprecht of hij iets bij te dragen heeft. Hij keert zich van me af, doelloos staart hij in het rond en vervaagt tot er alleen een schaduw overblijft. Ik steek een kaarsje aan en adem naar mijn hart. Alsof de wind toekijkt en luistert wordt het heel even rustiger buiten. Lang genoeg om de koude rillingen in mijn rug los te laten en de warmte toe te laten. Dan wakkert de wind weer aan. Ik luister en accepteer de onrust buiten en in mezelf.
De wind is guur als ik vertrek met de fiets. Mijn gebreide handschoenen mogen dan gevoerd zijn, ze voldoen niet meer, het is nu echt herfst. Ik trek mijn sjaal wat hoger tegen mijn neus en fiets met een beetje zenuwachtige nieuwsgierigheid naar mijn doel. Jolien ontvangt me spontaan, ontdaan van elke show. Ik krijg een warme kop thee die me al snel ontdooit en zonder veel plichtplegingen, alsof het de normaalste zaak van de wereld is, laat ze me plaatsnemen op een pianokrukje en beginnen we aan een sessie die niet therapeutisch is maar wonderlijk diep zal gaan.
En dat was dus ons doel. Zingen vanuit het hart, vanuit de buik, ruggengraat, het bekken. In verbinding met het strottenhoofd, de aarde en de hele ruimte eromheen. Ongedwongen zacht en bijzonder krachtig. Jolien begeleidt me op piano en ‘klankt’, ik kan geen andere omschrijving bedenken, de hele sessie met me mee. Geen drama’s of verhalen die me weg zouden kunnen leiden naar een plek van fout en schaamte. Wel iedere keer opnieuw een creatieve uitnodiging om te luisteren naar mijn lichaam en het te laten zingen zoals het dat vanbinnen graag wil. Alles begint te stromen en de ruimtes in mijn lichaam krijgen zuurstof. Ik sta versteld van de kracht die vrijkomt en zich zonder terughoudendheid in klanken uit. Waauw, die kracht zit in mij! Waauw,die kracht komt uit mij! Er ontstaat steeds meer harmonie en plezier, zowel in mezelf als in onze samenwerking. De tijd vliegt voorbij, een uur voelt als tien minuten en ik voel me dankbaar voor het universum, dat door middel van muziek de magische eenvoud van verbinding verwezenlijkt. Ik fiets weer naar huis in de gure wind, smeer een boterham en kruip op de zetel onder een dekentje, met een warme kop koffie en Tijger op mijn schoot. Het is stil in huis. Er is iets veranderd, een stukje vanbinnen is geheeld, een wens vervuld. En dat iets, wat veel namen heeft maar onbenoembaar is, maakt mijn zelf meer wijs. Tijger kijkt me met grote ogen aan als ik begin te lachen om de woordspeling die door me heen gaat. “Het ligt wel heel dicht bij elkaar,” zeg ik veelbetekenend tegen hem, “jezelf iets wijsmaken en jouw zelf meer wijs maken.” Tijger knipoogt naar me. Ik streel zijn zachte vacht.
Daisy Was met dank aan Muziek Verbindt van Jolien Vrolix
Ik sta in een stripwinkel,dat is uitzonderlijk. Het is dan ook een bijzondere stripwinkel. ‘Het Negende Labyrint’ in Genk. Nieuwsgierig vraag ik of er ook stripverhalen bestaan met een spiritueel tintje. Wat ik aangeboden krijg, is een totale verrassing.
Uitgeverij Daedalus
Het verhaal van Alexandra David-Neel, één van de grootste vrouwelijke ontdekkingsreizigers, filosofe,operazangeres, schrijfster en nog zoveel meer, die zich herkende in het boeddhisme, als eerste westerse vrouw in Lhasa, Tibet verbleef en de Dalai Lama ontmoette in een tijd dat dit compleet ondenkbaar was. Dàt wil ik lezen! Het is even wennen want het is jaren geleden dat ik een stripverhaal gelezen heb en ik ontdek dat het niet is als terugduiken in mijn jeugd toen ik elke kans waarnam om me te laven aan alle beeldverhalen die ik in mijn handen kreeg.Dit is nieuw, anders. Ik doe het boek weer dicht en kijk lang naar de intrigerende cover, zak nog wat dieper in de kussens, sla het weer open en verdwijn in een andere wereld. De tekeningen komen tot leven. Ik proef de sfeer, hoor de wind, ervaar de oorverdovende stilte en voel de raaf in de sneeuw. De subtiele manier waarop emoties uitgedrukt worden, zoals bij de onverzettelijke Alexandra die gaandeweg wordt voorzien van steeds meer menselijke trekjes, is subliem. Het verhaal, prachtig weergegeven in zwart-wit en kleur, laat me reizen tussen heden en verleden, van verhaal in een verhaal. Nergens is een woord teveel geschreven en het geheel ademt een esoterische sfeer uit zonder de verbinding te verliezen met de soms bikkelharde realiteit. De achtergrond die uitgelicht wordt aan het einde van het stripverhaal, leest als een trein en voedt mijn nieuwsgierigheid naar meer diepgang.
Onder de indruk blijf ik achter en bedank Marie Madeleine Peyronnet, de secretaresse met een charmant hoekje af, zonder wiens memoires dit verhaal nooit vorm gekregen had. Ik leg het neer en blijf nog heel lang stil, genietend van dit bijzonder avontuur, al gauw verlangend naar een vervolg. Enkele weken later krijg ik een bericht van Lars van hetnegendelabyrint, dat het tweede deel uit is. Schitterend, ik kijk ernaar uit.
Als een mantra blijft het hangen. Ik probeer het. Nog een keer. “Proberen is niet doen”, klinkt het in mijn hoofd. Ik adem bewust enkele keren in en uit en ga een stapje verder. Het werkt.
Tot ik tegen een deur duw die op slot zit en weigert te openen ondanks alle sleutels die ik verzameld heb onderweg. Teruggaan is geen optie en met mijn rug tegen de deur zit ik op de grond voor me uit te staren. Ik zucht. Kwaad worden helpt niet, dat heb ik al gedaan, forceren ook niet. Huilen al evenmin en zielig zijn heeft helemaal geen zin. Mijn verstand overroepen en koppig doorgaan eindigt in hetzelfde straatje. Dus geef ik me over. Ik zit. Staar voor me uit.
En plots, in die overgave, besef ik dat mijn moe geworden lichaam ondertussen wonderen verricht. Mijn hart klopt en ik haal adem, mijn bloed stroomt en mijn organen functioneren en dat allemaal zonder mijn bewuste controle. Mijn lichaam herstelt zich en blijft geven zonder enige terughoudendheid. Ik kan weer zien waar ik ben en merk dat ik niet alleen ben. Ik sta op, vraag om hulp en ontdek dat anderen sleutels verzameld hebben die mij onbekend zijn. Nog onbekend zijn.
Er is een sleutel die past en als ik het slot hoor opengaan vullen mijn longen zich met zuurstof, klopt het bloed in mijn aders en hoor ik de mantra weer: “Het leven is aan de durvers”. Voorzichtig duw ik tegen de deur. Licht komt naar binnen.